Dagrijverlichting draagt bij aan een betere zichtbaarheid en verkeersveiligheid. Toch bestaan er nog veel misverstanden over het gebruik van deze verlichting. Hierdoor rijden sommige bestuurders onbedoeld met onvoldoende verlichting of gebruiken zij verlichting die niet aan de regelgeving voldoet.
Denken dat de achterlichten automatisch branden
Een van de meest voorkomende fouten is de veronderstelling dat de achterlichten automatisch branden wanneer de dagrijverlichting actief is. Bij veel voertuigen is dit niet het geval. De dagrijverlichting brandt dan uitsluitend aan de voorzijde van het voertuig.
Vooral in tunnels, tijdens regen, mist of bij invallende schemering kan dit leiden tot gevaarlijke situaties. De bestuurder is aan de voorzijde goed zichtbaar, terwijl de achterzijde van het voertuig nauwelijks opvalt voor achteropkomend verkeer.
Dagrijverlichting verwarren met positieverlichting
Veel automobilisten denken dat dagrijverlichting en positieverlichting hetzelfde zijn. Hoewel beide soorten verlichting vaak wit licht uitstralen en zich aan de voorzijde van het voertuig bevinden, hebben zij een andere functie.
Dagrijverlichting is bedoeld om een voertuig overdag beter zichtbaar te maken en heeft daarom een hogere lichtopbrengst. Positieverlichting dient voornamelijk om de positie van het voertuig aan te geven en brandt met een aanzienlijk lagere lichtsterkte.
Niet-goedgekeurde LED-strips gebruiken
Universele LED-strips worden regelmatig gebruikt als alternatief voor officiële dagrijverlichting. Hoewel deze strips soms een vergelijkbare uitstraling hebben, voldoen zij niet altijd aan de eisen die gelden voor gebruik op de openbare weg.
Bij de aanschaf van dagrijverlichting is het daarom belangrijk om te controleren of de verlichting beschikt over de juiste goedkeuringen en geschikt is voor de beoogde toepassing.
Rijden met alleen dagrijverlichting bij slecht zicht
Dagrijverlichting is ontworpen voor gebruik overdag onder normale omstandigheden. Zodra het zicht verslechtert door regen, mist, sneeuwval, tunnels of schemering, moet de bestuurder overschakelen naar dimlicht.
Het gebruik van uitsluitend dagrijverlichting onder deze omstandigheden kan ervoor zorgen dat het voertuig onvoldoende zichtbaar is voor andere weggebruikers, met name aan de achterzijde.
Verkeerde montageplaats of montagehoogte
Wanneer dagrijverlichting achteraf wordt gemonteerd, is een correcte plaatsing essentieel. Verlichting die te hoog, te laag of asymmetrisch wordt gemonteerd, kan afbreuk doen aan de zichtbaarheid van het voertuig en mogelijk niet voldoen aan de geldende regelgeving.
Controleer daarom altijd de montagevoorschriften van de fabrikant en zorg ervoor dat de verlichting correct wordt aangesloten en afgesteld